Grenzeloos rigide – De paradox van autisme

“Zit het eenmaal in d’r kop, dan zit het niet in d’r kont” zei mijn moeder altijd. En tegelijkertijd was ik zo enorm grenzeloos. Bij mijn kinderen zie ik het ook. Ergens is daar zoveel meebuigen en volgen, maar is er eenmaal een focus gelegd, dan krijg je die niet meer flexibel. De autistische geest lijkt soms behoorlijk paradoxaal. Hoe zit dit precies?

De rigiditeit waar autisten om bekend staan heb ik bij mijn kinderen altijd ‘bevochten’. Als ik merkte dat er ook maar iets vast ging zitten in dat koppie, probeerde ik het breed te trekken, de open geest te houden. Waarom ik dit deed? Omdat het proces dat ik zelf heb gelopen naar bevrijding toe een proces was van ‘regels’ loslaten. De regels in mijn hoofd die mij zo bepaalden dat ik niet meer functioneerde vanuit mijn eigen basis, maar als in de houding voor de buitenwereld. Dat wilde ik voorkomen voor mijn kinderen. Dat was niet altijd gemakkelijk voor hen, maar het heeft wel z’n vruchten afgeworpen. Mijn zoon van 10 jaar bijvoorbeeld, kan het nu handelen als hij verwacht een afspraak te hebben met een vriendje op woensdagmiddag en dat vriendje laat vijf minuten van tevoren weten dat het toch andere plannen heeft. Hij hersteld snel en kan zelfs zijn hoofd bijsturen naar andere opties. Dat is pure winst als je het mij vraagt!

Nee, ik ben niet zo van de regels en het zal je verbazen hoe een haat liefde verhouding de meeste autisten met regels hebben. Regels worden ervaren als houvast en als de enige manier om met sociale interacties om te kunnen gaan, maar evenzoveel autisten ervaren de regels als ballast en gevangenis. We kunnen er niet met en niet zonder. Waarom is dat zo? En, hoe lossen wat dat op?

Onze identificatievorming is anders verlopen dan bij de meeste mensen. Er heeft zich geen identificatie gevormd met het geheel van lichaam, geest en emoties, zoals bij de meeste neurotypische mensen. Dat heeft geresulteerd in dat autisten veel langer in het symbiotische voelperspecteif zijn verbleven, zoals het jonge kind en ook zo overprikkeld kunnen raken als heel jonge kinderen.

Door het ontbreken van een ik-referentie punt kunnen wij enkel terugvallen op het voelen of het denken. Beiden zijn ook daarom veel sterker ontwikkeld en veel minder gericht op de ik-gerichte ‘sociale’ samenleving. Het voelende gereedschap van de mens slurpt alle informatie op, het denkende gereedschap focust zich naar buiten toe in een brandpunt. Deze focus is bij mensen met autisme heel erg sterk en gedetailleerd.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.